Home/Vakken/The philosophy of philosophy
FI3V190187.5 ECTSQ1, Q3DutchBachelor

The philosophy of philosophy

FaculteitFaculty of Humanities
NiveauBachelor
Studiejaar2026-2027

Beschrijving

Course goals

Aan het eind van deze cursus zijn studenten vertrouwd met de belangrijkste posities ten aanzien van de aard, status en methodologie van de filosofie. Zij kunnen deze posities helder uiteenzetten, en kunnen hun eigen opvattingen formuleren en beargumenteren. In de werkgroepen hebben de studenten een vraagstelling geformuleerd voor hun bachelorscriptie, en hebben zij daarvoor relevante filosofische literatuur verkend. Tijdens de cursus werken de studenten aan de vraagstelling en de onderwerpkeuze voor hun bachelorscriptie.

Content

Dit vak maakt deel uit van het afstudeertraject, samen met het vak Bachelorscriptie Filosofie FI3V19053. Voordat je aan dit vak kunt beginnen moet je minstens 22,5 ECs aan niveau 3 vakken hebben gehaald.

De vraag wat filosofie is vormt een van de moeilijkste problemen die je een filosoof kunt voorleggen. Is zij een wetenschap? Zo ja, wat voor wetenschap? Hoe verhoudt zij zich tot de andere wetenschappen? Deze meta-filosofische vragen zijn het afgelopen decennium hernieuwd in de belangstelling komen te staan na publicatie van het boek The Philosophy of Philosophy van Timothy Williamson in 2007. In de hoorcolleges komen verschillende opvattingen van filosofie aan de orde. Er is gekozen voor een historische opzet. Daarbij volgen we in het eerste gedeelte van het college de ontwikkelingsgang van de jonge Heidegger, zoals die te volgens is in de colleges die hij in Freiburg en Marburg heeft gegeven in de aanloop naar de publicatie in 1927 van Sein und Zeit. Achtereenvolgens komt aan bod: de verschillende manieren waarop Aristoteles zijnden benadert in zijn Fysica, Metafysica en Ethica Nicomachea VI. Vervolgens maken we een uitstap naar Troost van de filosofie van Boëthius, om te vervolgen met een bespreking van de rol van de filosofie in de Middeleeuwse mystiek. Hoe verhoudt zij zich tot de theologie? Cruciaal in de overgang naar de moderne tijd, waarin filosofie zich vooral identificeert door haar relatie met de wetenschap, is het werk van Descartes. Descartes’ methode van filosoferen roept de vraag op wat de rol van de zintuigen is in het vergaren van kennis. Volgens Kant staat of valt de mogelijkheid van filosofie met de mogelijkheid van synthetische oordelen a priori. Maar bestaan die? En zo ja, hoe kunnen we die dan verifiëren? De Duitse idealisten vertrouwden op synthetische oordelen a priori. We zullen van één van hen, Fichte, bekijken hoe hij zijn filosofische systeem zo meende te kunnen opbouwen. Dwars hier tegenin gaat Nietzsche’s nihilisme met o.a. zijn kritiek uit op de overtuiging dat er een ik-subject is. Tussen Nietzsche’s afwijzing van het streven naar hogere waarden zien en het Amerikaanse pragmatisme bestaat verwantschap. Uit onvrede met de filosofie meenden logisch positivisten, dat ook in de filosofie de wetenschappelijke methode moest worden gevolgd. Het vertrouwen op intuïtie heeft geleid tot zinloze metafysica, met als afschrikwekkend voorbeeld de Duitse filosoof Heidegger, wiens conceptie van filosofie vervolgens wordt beschreven. Heidegger meende dat filosofisch taalgebruik van een geheel andere aard is dan het alledaagse of wetenschappelijk taalgebruik. In de loop van de geschiedenis heeft de wetenschappelijke manier van denken onze omgang met de werkelijkheid gecorrumpeerd, wat volgens de latere Heidegger tot verschijnselen als milieuverontreiniging en bio-industrie heeft geleid. Quine meent juist dat de filosofie ruim baan moet maken voor de empirische natuurwetenschappen. Zelfs de Cartesiaanse epistemologie moet worden genaturaliseerd. Ook Wittgenstein meent dat filosofische problemen ontstaan door misbruik van taal. Het komt het niet aan op theorieën, maar op het doen verdwijnen van filosofische problemen, net zoals een arts haar patiënten van ziekten wil genezen. Maar welke methode gebruikt Wittgenstein daartoe?



De werkgroepen
 
In de werkgroepen wordt begonnen met het schrijven van de bachelor-scriptie die in het volgende blok moet worden voltooid. Doelstelling is dat aan het eind van dit blok er een opzet van de scriptie ligt, die bij aanvang van het volgende blok meteen met de toegewezen scriptiebegeleider van de scriptieklas kan worden besproken. Deze werkgroepen zijn dan ook uitsluitend bedoeld voor studenten die in het erop volgende blok twee of vier van dit academische jaar hun bachelor-scriptie gaan schrijven.
Studenten worden gevraagd een vraagstelling te formuleren voor de scriptie die zij in het volgend blok gaan schrijven. Dit vraagt niet alleen dat de student een onderzoeksvraagstelling klaar heeft, maar ook een lijst van literatuur over het onderwerp dat hij of zij wil bestuderen, en een plan van aanpak voor het schrijven van de bachelor-scriptie. In week vijf en zes moeten studenten hierover een presentatie houden.
Ter afsluiting wordt in week zeven in kleine groepjes, tijdens de laatste bijeenkomst van de werkgroep of desgewenst online, de uitgewerkte opzet van de bachelor-scriptie door de studenten onderling besproken (zogenaamde peerreview).
Honours-studenten en studenten die een leeronderzoek schrijven van 15 ECTS zijn vrijgesteld van deze verplichting en hoeven deze werkgroepen niet te volgen. Hun eindcijfer voor deze cursus wordt volledig bepaald door het take home tentamen.

 

Additional information

SEM II: Please note: the time slot shown here is not yet final and may still be modified until the 3rd Wednesday in September.
 

Reviews0 reviews

Nog geen reviews voor dit vak. Wees de eerste!

Heb jij dit vak gevolgd?

Deel je ervaring met toekomstige studenten. Inloggen met je Universiteit Utrecht mailadres duurt één minuut.

Schrijf een review