Geological setting of The Netherlands (for non-ES students)
Beschrijving
Course goals
Na het succesvol afronden van deze cursus is de student (beter) in staat om:
- Aardwetenschappelijke basiskennis van processen en producten te bezitten en begrijpen (weten, opdoen, reproduceren) en deze te kunnen plaatsen in de context van Nederland in NW Europa (Noordzeebekken, ommeland, verleden en heden), de grootte en bestaansduur van stroomgebieden en bekkens (tegenwoordig, in eerdere geologische perioden) en de interactie van ondergrond, bovengrond en reliëf, en wateren (rivier en zee, grondwater en oppervlaktewater).
- Aardse materialen en -structuren van verschillende ontstaanswijze, ouderdom en schaalgrootte te vergelijken en classificeren (uit Nederland en omgeving).
- Aardwetenschappelijke informatieproducten (zoals Lidar-hoogtekaarten, geologische kaarten, profielen, boorbeschrijvingen, geofysische informatie, hydrologische informatie) te kunnen raadplegen, analyseren en presenteren – en te verbinden met eigen waarnemingen op locatie.
- Aardwetenschappelijke basiskennis van de opbouw van de Nederlandse ondergrond te demonstreren, en deze in verband te kunnen brengen met actueel maatschappelijk gebruik van de ondergrond (energiewinning en opslag, waterwinning) en oppervlak (landinrichting, zoals gestuurd door bodem en water).
Content
Deze bijvakvariant staat alleen open voor studenten LAS en premaster Aardwetenschappen
Inhoud van de cursus
In dit eerstejaarsvak gebruiken we Nederland in het Noordzeebekken en direct omliggende gebieden om aardwetenschappelijke basiskennis, inzicht en vaardigheden aan te leren. Dit is een geschikt gebied om studenten gezamenlijk de breedte van de aardwetenschappen te laten zien: de overlappen en samenhangen van de verschillende specialisaties, het aangrijpen van jongere fenomenen op oudere, constante en variabele factoren.
Het vak levert basiskennis over opbouw en ontstaan van de ondergrond en de tijdsdiepte (ouderdommen) daarvan: Hoe diep gaan we hoe ver terug in de tijd? Hoe zit het in Nederland met plaatbeweging en breuktectoniek? Met steenkool en zoutlagen en reservoirgesteenten en kalk? Met rivieren en hun achterland en hun sediment-levering en hoe lang is dat al zo? En met aquifers en grondwater en zoet en zout? en met zwerfstenen en opgestuwd reliëf en grof en fijn?).
Het vak diept daarbij een aantal concepten uit vanuit verschillende perspectieven: o.a. Wat is een bekken eigenlijk? (voor een geofysicus, voor een structureel geoloog, voor een sedimentair geoloog, voor een rivierkundige, voor een marien geoloog, voor een getijde-specialist). Welke structurele elementen kent de Nederlandse ondergrond? Wat is textuur? wat is accommodatie? wat is preservatie? Wat is een rivier? (voor een hydroloog? voor een geomorfoloog? voor een marien geoloog? voor een sedimentair geoloog? voor een petroloog? voor een structureel geoloog?).
De Nederlandse geologische kaart, de Holocene landschapstoestand en 3D informatie over de opbouw van de ondergrond (verleden en heden) worden gebruikt om een palet van typen bekkens en afzettingsmilieus te introduceren (in en aan zee, in en langs de rivier, onder en langs het landijs, rechtop in de wind, in en onder het bos, het gras, het moeras).
De Nederlandse situatie (Noordzeebekken, Roerdalslenk, hogen, platforms, Londen-Brabant Massief, South Permian Basin, Rijn, Maas, Drents Plateau, ....) wordt gebruikt om aardwetenschappelijke processen fysisch te introduceren (Hoe hard daalt ons gebied geologisch, hoe constant was dat? speelde afkoeling, rek of isostasie de hoofdrol? Hoe zit dat met rivieren en afvoer van water en sediment, hoe bereikt dat in Nederland en waarom wordt het hier al of pas afgezet?). Er is evenwichtig aandacht voor endogene diepe processen zoals spreiding, afkoeling en afschuiving, source-to-sink sediment-transport en karakter en compleetheid van gevormde afzettingen, ondergrondse en oppervlakkige waterstroming, post-depositionele processen zoals bodemvorming, diagenese en verstening.
Opzet van de cursus
Weken 1-2: Thema: Wat zit hier onder de grond?
Reliëf, hydrologie en geologie Provincie Utrecht tot op grote diepte a.d.v. college, laptop-werkcolleges en sediment-practica (verse ondiepe boorkernen, lakprofielen, ongeconsolideerde materialen). Korte buitenactiviteit op Utrecht Science Park (februari-weersbestendig, 1-2 uur).
Weken 3-6: Thema: Wat is een bekken?
Hoorcolleges vanuit (plaat)tektonisch en geofysisch perspectief, vanuit 400 miljoen jaar Nederlandse geologische geschiedenis perspectief, vanuit zeespiegelstanden- en sedimentatie-perspectief, minerale bronnen en geo-energie, met aansluitende laptop-werkcolleges en gesteentenpractica (diepere boorkernen, geconsolideerde materialen, lakprofielen).
Weken 6-9: schrijfopdracht (o.b.v. collegestof weken 1-6; uitbouwend op Ardennenverslag)
Aftrap in week 6. Vragenuur en peer-feedback begin week 8.
Week 7: Twee dagactiviteiten buiten (weerscondities: eind maart)
A. Busexcursie per touringcar: rondje Utrecht, Peelrandbreuk (nabij Uden), Maasdal (Cuijk), Waal en Nederrijn (Rhenen), Utrecht.
B. Lentewandeling Maarn: stuwwal, ijssmeltwaterdal, zwerfsteneneiland.
Weken 6-9: Thema: Wat is een rivier?
Hoorcolleges vanuit hedendaags geomorfologisch en hydrologisch (meten), en langjariger landschappelijk en geologisch perspectief (opschalen, reconstructie)
Source-to-Sink (bron naar afvanggebied) beschouwingen heden, jong-geologisch verleden, diep-geologische verleden, met aansluitende werkcolleges
Week 9: Afrondend hoorcollege met focus op dwarsverbanden.
Overbruggen van tijdschalen conceptueel en praktisch, aardwetenschappelijke subdiscipline en informatie-verzuiling.
Week 10: Tentamen, digitaal afgenomen met Remindo, multiple choice en combinatie-vragen.
Hoorcolleges worden aan de hele groep gegeven. Voor (laptop)werkcolleges en (gesteente)practica is er een opdeling in groepen. Het dubbele tijdslot AD maakt het mogelijk gedurende de cursus een aantal keer een volle woensdag of volle vrijdag met activiteiten in te plannen. Dit is voorzien in de eerste weken (intensieve start, activiteiten met ondiep en diep boormateriaal op Utrecht Science Park) en in week 7 van de cursus (lentewandeling Maarn, dagexcursie per bus).
Planning en intensiteit van de cursus is afgestemd op de parallel lopende cursus Scheikunde voor Aardwetenschappers.
De schrijfactiviteit in de cursus is afgestemd en bouwt uit op het in in Periode 1 geschreven verslag van de Ardennen-excursie (als onderdeel van Aardsystemen)
De gesteentenpractica in de cursus zijn afgestemd en bouwen uit op dergelijke practica binnen de vakken in Periode 1 en 2.
De laptop-werkcolleges in de cursus zijn afgestemd en bouwen uit op vaardigheden opgedaan in de vakken Wiskunde en Statistiek voor Aardwetenschappers en Natuurkunde & Programmeren voor Aardwetenschappers in Periode 1 en 2.
Reviews0 reviews
Heb jij dit vak gevolgd?
Deel je ervaring met toekomstige studenten. Inloggen met je Universiteit Utrecht mailadres duurt één minuut.
Schrijf een review