Home/Vakken/Constitutional Law
RGBUSBR0327.5 ECTSQ3DutchBachelor

Constitutional Law

FaculteitFaculty of Law, Economics and Governance
NiveauBachelor
Studiejaar2026-2027

Beschrijving

Course goals

1. Kennis, begrip en inzicht
Na afloop van de cursus:

  • Studenten kunnen de verschillende staatsrechtelijke thema's en (kern)concepten beschrijven en daar voorbeelden van geven.


2. Contextuele inbedding
Na afloop van de cursus:

  • Studenten kunnen de historische, politiek-filosofische en maatschappelijke achtergronden van deze staatsrechtelijke thema’s uitleggen.

  • Studenten kunnen de (politieke en bestuurlijke) praktijk en actualiteit duiden aan de hand van opgedane kennis over de voorgenoemde staatsrechtelijke thema’s.


3. Algemene academische en juridische vaardigheden
Na afloop van de cursus:

  • Studenten kunnen de verschillende staatsrechtelijke thema’s met elkaar in verband te brengen.

  • Studenten kunnen rechtsvragen met behulp van regelgeving en rechtspraak beantwoorden ten aanzien van uiteenlopende staatsrechtelijke juridische casussen.

  • Studenten kunnen casussen of stellingen die niet één eenduidige oplossing kennen, beoordelen en interpreteren.

  • Studenten kunnen zich schriftelijk helder uitdrukken ten aanzien van staatsrechtelijke thema's. 

(alle niveau 2)

Content

Constitutioneel recht is het vervolg op Inleiding staats- en bestuursrecht. In Inleiding staats- en bestuursrecht zijn de hoofdlijnen van het Nederlands staatsrecht en de grondrechten behandeld. In Constitutioneel recht gaan we in op de aspecten van het Nederlands constitutioneel recht die nog niet behandeld zijn, maar wel van belang zijn voor een goed begrip van de Nederlandse constitutie.  

De staatsrechtelijke thema’s en concepten die aan bod komen omvatten onder meer: 

  • de inbedding van de beginselen van democratie en rechtsstaat in het constitutionele recht; 

  • de werking van het parlementaire stelsel; 

  • de verhoudingen tussen de wetgevende, de uitvoerende macht en rechtsprekende macht; 

  • de plaats van het legaliteitsbeginsel in het staatsrecht; 

  • de doorwerking van internationaal en Europees recht in het Nederlandse recht; 

  • de staatsrechtelijke kaders met betrekking tot rechterlijke toetsing en rechtsbescherming; 

  • de algemene leerstukken van grondrechten en de werking van specifieke grondrechten. 


CONTEXT

Wetenschappelijke context
De (rechts)wetenschappelijke context van deze cursus is drieledig.

Het geldende staatsrecht wordt in beginsel bestudeerd vanuit de dominante dogmatische leerstukken die de werking ervan verklaren.
 
De dogmatische leerstukken worden uitgelegd vanuit een historische, politiek-filosofische en/of maatschappelijke context.
 
Daarnaast kan bovenstaande cursusinhoud niet voldoende worden begrepen zonder niet (op een basaal niveau) kennis te hebben van de internationale en Europese context.

De dogmatische context wordt getoetst via de reguliere toetsmomenten van deze cursus. Dit geldt eveneens voor de wijze waarop het internationale en Europese recht doorwerken in de hier besproken leerstukken van het nationale staatsrecht, zij het dat de algemene context van het internationale en Europese recht deels ook bekend worden verondersteld uit eerdere cursussen.

Maatschappelijke context
De maatschappelijke context wordt inzichtelijk gemaakt via de casussen die studenten worden aangeboden. Deze zullen – vrijwel zonder uitzondering – worden ontleend aan de politieke en rechterlijke actualiteit. Daarbij kan worden gedacht aan recente parlementaire debatten of actuele grondrechtenkwesties.


VAARDIGHEDEN

Tijdens deze cursus treden verschillende vaardigheden voor het voetlicht. Dit betreft vooral:

 - Algemene academische analytische vaardigheden (niveau 2)
De cursus is zodanig opgebouwd dat studenten in staat worden gesteld de verschillende thema’s met elkaar in verband te brengen. Zo moet de positie van de rechter ten aanzien van grondrechtentoetsing in nauw verband worden gezien met de doorwerking van internationaal recht (en meer en meer ook met EU-recht). Ook de verhoudingen tussen overheidsorganen moeten door studenten in verband worden gebracht met de algemene leerstukken die aan het begin van de cursus worden behandeld.

 - Juridisch-analytische vaardigheden (niveau 2)
De aangedragen casus zijn complexer dan het geval was bij vergelijkbare casus in het eerste jaar. Hierdoor worden zij in staat gesteld te oefenen met de toepassing van verschillende soorten (soms conflicterende) regelgeving, met het toepassen van rechtsregels uit nationale en internationale jurisprudentie en met het selecteren van relevante gegevens uit een minder gestructureerde en complexe casus.

 - Argumentatievaardigheden (niveau 2)
Ook van het argumentatieniveau van studenten wordt in deze cursus meer verwacht dan in het eerste jaar. Verwacht wordt dat studenten meer diepgang aan de dag leggen bij het formuleren van argumentatie ten aanzien van casus en/of stellingen die niet één eenduidige oplossing kennen.

 - Communicatievaardigheden (niveau 2)
Deze argumentatie wordt getoetst middels hun schriftelijke vaardigheden.

 - Reflectieve en professionele vaardigheden (niveau 2)
Omdat kennis uit eerdere cursussen bekend wordt verondersteld (Inleiding Staats- en Bestuursrecht, alsmede Grondslagen van Recht en Internationaal en Europees recht worden studenten eveneens geacht kennis uit verschillende cursussen aan elkaar te koppelen.


NB. Niet in het examenprogramma in te brengen naast RGBUSBR005 Constitutioneel Recht.


Plaats van deze cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in het Toga-traject

  • Vrije juridische keuzecursus overige trajecten

Reviews0 reviews

Nog geen reviews voor dit vak. Wees de eerste!

Heb jij dit vak gevolgd?

Deel je ervaring met toekomstige studenten. Inloggen met je Universiteit Utrecht mailadres duurt één minuut.

Schrijf een review